» Mijn borstkankerverhaal
Foto
Mijn verhaal met borstkanker begon in augustus 1998, een paar weken voor ik 40 werd en een paar weken na mijn bruiloft. Ik was vanaf januari heel druk bezig geweest om voor het bedrijf waar ik werkte een computerprogramma op de rails te krijgen en had op zaterdag 1 augustus nog de puntjes op de i kunnen zetten. De dag daarna vierde mijn broer zijn verjaardag en onderweg daar naartoe begon mijn tepel te jeuken en voelde ik een soort kloppen vanuit mijn rechterborst. Toen ontdekte ik een redelijk grote knobbel in mijn borst, boven mijn tepel. Ik was niet zo’n “dokterloper”, maar mijn man adviseerde me toch maar even heen te gaan. Het duurde nog een dag en wat overredingskracht voor ik een afspraak maakte. De dokter zag de ellende al van 2 meter afstand en maakte meteen een afspraak met de oncoloog voor de volgende dag. De maandag erop werd er een biopsie gedaan en tijdens mijn huwelijksreis op Tenerife kreeg ik de uitslag…….. kanker.

Het was een tumor van 3 cm doorsnee en snel groeiend. De snijvlakken waren niet schoon hoewel er een grote plak was uitgesneden. Op maandag 7 september, een week na mijn terugkomst, zou ik weer onder het mes moeten. Inmiddels had ik voor mezelf besloten dat ik mijn borst wilde houden. Ik had cup D en daar kun je nog wel even in grasduinen voor die op is, dacht ik zo.
De vrijdag voor de operatie had ik een gesprek met de mammacare verpleegkundige. Toen ik haar tussen neus en lippen door vertelde dat ik had besloten een borstsparende operatie te ondergaan, schrok ze en vertelde dat zij had gelezen dat er tot amputatie zou worden overgegaan. Ze haalde de rapporten erbij en ja hoor. Dat weekend was ik in alle staten. Bang en ook boos, omdat ik vond dat ik ook wat te vertellen had over mijn lijf. Ik besloot me niet te laten opereren die maandag.

’s Morgens had ik eerst nog een gesprek met de chirurg gepland staan. Hij zag me en zei meteen: “Wat is er met jou aan de hand?” Ik: “Ik wil niet dat mijn borst eraf gaat.” Hij: “Nou, dan doen we het toch anders!” Ik was voorbereid op een gevecht, maar al mijn wapens waren meteen uit mijn handen gevallen. Oeps. Maar ik was zo in de war dat ik toch die dag niet geopereerd wilde worden. Was volgende week goed? “Ga het maar regelen” zei de chirurg. Je ziet wel dat ik totaal niet wist hoe dat gewoonlijk toeging, ik had geen benul van wachtlijsten, haha. En die waren er voor mij schijnbaar ook niet.

14 September vond de operatie plaats en de chirurg haalde het weefsel en de lymfklieren in mijn rechter oksel weg. Twee klieren waren aangetast, maar ze zaten hoog en dat scheen gunstig te zijn. Ik denk trouwens met een glimlach terug aan mijn tijd in het ziekenhuis. Er lag een voetballer, een keeper, naast me met een gebroken been, die zo grappig was dat ik steeds zere kaken had van het lachen. En mijn littekens zijn prachtig geheeld. Ook mijn borst leek zichzelf weer “op te pompen”,  is nog wel kleiner, maar niet opvallend.

 

Inmiddels had ik hier en daar wat gelezen en besloten dat ik zou proberen een chemokuur te vermijden als dat enigszins mogelijk was. De internist vertelde me dat het bij 15% van de mensen baat had en bij 85% niet. “Een beste kans dat ik bij die 85% zit, dus.” Geen chemo in mijn lijf. Die bewaarde ik voor als ik het nog eens nodig zou vinden……

 

Wel zou ik in Alkmaar, waar ik ook was geopereerd, worden bestraald. Lekker dichtbij. Maar toen mijn chirurg een week weg was, werd ik gebeld door de afdeling radiologie, dat ik vrijdag een afspraak had in het Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis (AVL) in Amsterdam, omdat ik daar bestraald zou worden.

Ik heb nog van alles geprobeerd om dat tegen te houden, maar vrijdag ging ik met mijn dossier onder de arm naar Amsterdam.

Gauw even snuffelen in het dossier en toen las ik de (naar mijn idee) enthousiaste kreet van de internist: MEVROUW HEEFT ER GOED OVER NAGEDACHT. ZE WIL GEEN CHEMOKUUR!!!!!!!

Deze zin heeft me geholpen in het AVL, waar iedereen maar op me inpraatte: “Het is wel usance, mevrouw, bij uitzaaiingen.” “Ik zie dat je geen chemokuur doet. We willen je graag houden, ga boven maar een kuurtje halen.” Het was allerliefst bedoeld, maar het maakte me natuurlijk wel heel onzeker. Toch bleef ik bij mijn gevoel dat ik het niet wilde.

In het AVL ga je al snel in een studie mee, een grabbelton, waar ze dan de een uittrekken die ze zo behandelen en de volgende weer anders. Ik besloot niet mee te doen aan die grabbelton: “Ik wil zo klein mogelijk bestraald worden.” Ik wilde het zoveel mogelijk op eigen kracht doen, zelf overwinnen.

Ik kwam ook in contact met een acupuncturist, die me ondanks zijn lange wachtlijst, meteen tijdens de bestraling wilde behandelen. In het AVL zeiden ze steeds met verbazing, dat ik zo goed door de bestralingen ging. “Van degenen die er goed doorheen gaan, behoort u wel tot het bovenste segment.” Ik denk dat ik dat aan mijn acupuncturist te danken heb. Mijn borst was iets rose, maar verder was er niets aan te zien.

Tijdens de bestralingen, waarvoor ik iedere werkdag naar Amsterdam moest, werd ik steeds vermoeider. Eerst ging ik zelf met de auto (stoere meid als ik was), maar later moest ik me door een taxi laten brengen en halen. Die vermoeidheid had ik niet verwacht. Ik dacht dat je die kreeg van een chemokuur. Ik was 18 december klaar met de behandelingen. Op de foto’s van die kerst zie ik eruit als een geestverschijning.

 

In januari begon ik met psychotherapie voor kankerpatiënten (Simontontherapie), omdat ik besefte dat ik door mijn manier van reageren op de buitenwereld mijn eigen gezondheid ondermijnde. Vaak heb je als klein kind je overlevingsstrategieën al bepaald en die zijn niet altijd zinnig als je ouder bent. Je blijft in je groef hangen, maar het liedje is te mooi en te lang om in die groef te blijven hangen…… Er veranderde iets in me. Ik zag “het licht” weer. En kort daarop toen ik bij de acupuncturist kwam, kon hij tot zijn verbazing helemaal geen kankerverwekkende stoffen of kanker meer bij me ontdekken. Feest.

 

Ik geloof dat ik in april weer voorzichtig begon te werken, een paar uur. Ik was op mijn werk een soort “spin in het web” geweest al die jaren, wist overal wel wat van, probeerde de touwtjes in handen te houden. Ik heb nooit kinderen gewild, want thuis zitten leek me verschrikkelijk. Op maandag ging ik jarenlang met genoegen weer aan het werk. Het was mijn lust en mijn leven. Ik had ook heel leuke collega’s. We waren een soort familie. Maar….. het lukte me niet meer. Ik was zo vreselijk moe. Bovendien was het gebouw waar we werkten te klein en was er eigenlijk geen plek voor iemand die parttime werkte. Het was een pijnlijke situatie. En om een lang en pijnlijk verhaal kort te maken: Het eindigde in een ontslag in 2001.

Daarna had ik meteen weer werk via een kennis, maar ook dat moest ik na 4 maanden opgeven wegens vermoeidheid. Mijn huisarts kwam toen met het voorstel om Herstel en Balans te gaan doen. Dat werd toen net voor de tweede keer gedaan in Hoorn. Ik heb me opgegeven en het begon in september. Een praatgroep had me aldoor niets geleken, maar zo met elkaar trainen leek me heel goed. En dat was het ook. Eindelijk kon in weer voluit lachen. Ik bloeide helemaal op tussen die meiden, want het was een damesploeg die keer. En dat praten ging grotendeels tussendoor. Ik vond mezelf weer.

Anneke zat in onze groep. Ze woont net als ik in Alkmaar en we zagen elkaar ook na Herstel en Balans regelmatig. In 2004 besloten we wekelijks samen te gaan wandelen in de duinen omdat we beseften dat we een stok achter de deur nodig hadden. We merkten dat we, hoewel we heel verschillend zijn, toch (en misschien juist daarom) heel veel aan elkaar hebben. We praten intens met elkaar. Die uren met Anneke in de natuur zijn me zeer dierbaar geworden en intens helend.

 

Ik had sinds 1999 een groentetuintje. De Simonton-therapie adviseerde me iets te gaan doen wat ik eigenlijk altijd al heel graag had willen doen. Dat bleek “groente verbouwen” te zijn. Ik genoot van het buiten zijn, de aarde omwoelen en onkruid verwijderen, zaadjes in de grond stoppen en het wonder van dat kleine groene topje dat boven de aarde uitkomt. Verrukkelijk gewoon. Het was mijn lust en mijn leven.

 

In 2002 begon ik met tai chi – qi gong en in 2004 ontdekte ik ook de healing tao. Ik merkte dat ik daardoor energieker werd, me veel prettiger voelde, beter ging slapen, anders in het leven ging staan. Ook las ik de boeken van Eckhart Tolle, Byron Katie en een Cursus in wonderen. Voor mij voelt het als dezelfde boodschap, maar steeds verpakt in andere woorden: BLIJF AANWEZIG HIER en NU. LEEF, GENIET.
Maar het is zo moeilijk voor ons om IN HET MOMENT te zijn. We zitten met onze gedachten altijd ergens anders. Het is een langzaam proces, langzaam leerde ik ook mijn eigen lichaam kennen en waarderen, blij te zijn met de werking van mijn lijf. Het klinkt raar, hè. We zien onszelf als een lichaam, maar behandelen het als vuilnisbak. Stoppen er dingen in en op die het niet goed kan verwerken en waar we soms zelfs ziek van worden. Het is ook best moeilijk om steeds naar je lichaam te luisteren, want we leven in een maatschappij waarin gepromoot wordt om steeds maar druk, druk, druk te zijn en dus geen tijd te nemen voor jezelf. Ik heb daarin zelf zo’n beetje voorop gelopen, haha. Maar nu probeer ik steeds beter naar mezelf te luisteren, naar mijn innerlijk. Steeds een stapje en alles op z’n tijd, de natuurlijke weg.

 

Ik had langzamerhand een beeld gekregen van mijn huwelijk. Ik zag mezelf een hele grote zware houten kar door het zand trekken met van die solide houten wielen en mijn partner hing erachter met zijn hakken in de grond. Begin 2002 besloot ik een punt te zetten achter ons samenzijn. Na de diagnose kanker was ik een ander mens geworden. Van de hard werkende wervelwind, die alles aankon, fitnesste, roeide, zong, fietste en met een grote vriendenkring, werd ik een thuiszittend (of meer liggend) vrouwtje, stuurloos, te moe voor het leven dat hij graag wilde leiden. Hij bouwde op mij, maar mijn beentjes konden dat niet meer aan. Ik denk achteraf dat hij dolblij was dat ik het initiatief nam om te scheiden, want het maakt natuurlijk een heel slechte indruk als je je zieke vrouw in de steek laat.


Inmiddels had ik ook via een reïntegratiebureau een paar uur therapeutisch werk bij een woningbouwvereniging, maar ook dit baantje moest ik tijdens de scheidingsprocedure en verhuizing opgeven. Psychisch en lichamelijk vergde die tijd heel veel van me, hoewel ik op vleugels leek te gaan, maar dat was tot ik eindelijk mijn eigen plekje weer had, daarna stortte ik in. 

 
Ook UWV vond dat ik langzamerhand wel erg mijn best had gedaan om weer aan het werk te gaan en dat de tijd was gekomen om even tot mezelf te komen. Ik hield mezelf op de been met de tai chi tao en begin 2004 begon ik met een mede-tai-chi-er een docentenstudie. Allebei mankerend, maar samen kwamen we een heel eind. Ik werd gegrepen door de tao…… Dit was mijn ding.

Toen ik eind 2004 een oefengroepje wilde beginnen met wat vriendinnen in het buurthuis, bleek daar een hele groep mensen te wachten op een docent. Zo ben ik in het begeleiden van tai chi – qi gong groepen gerold. Mijn lerares vroeg me daarna tijdelijk een groep van haar over te nemen, weer een les erbij. Daarna hield ik een proefles, waar ± 50 mensen opaf kwamen en een zeer groot gedeelte wilde inschrijven. Je kunt wel zeggen dat ik op een wonderlijke manier uit mijn sociaal isolement ben getrokken.

Het lesgeven, het bewegen en de stilte in jezelf die de tai chi teweeg brengt, geven me energie en blijheid. Maar het lesgeven en alle rompslomp die er bijkomt, vergt ook wat van je.  

Het blijft een wikken en wegen met energie. De vermoeidheid is niet meer weggegaan. Er zijn tijden waarin het veel beter gaat, maar er volgen dan weer periodes waarin ik erg moe ben. De taoïstische oefeningen hebben talloze energieblokkades opgeheven, daardoor kan ik nu veel meer op een dag doen. Ik zit veel beter in mijn vel dan ooit, ben gelukkiger, maar ik moet wel steeds rekening houden met het feit dat het energiepotje plotseling leeg kan zijn. Zou dat ooit wennen?

Ik ben vaak alleen, omdat omgang met mensen best zwaar voor me is. Gelukkig kan ik goed alleen zijn. Steeds twee kleine stapjes voorwaarts en dan weer een stapje achterwaarts, maar ik kom vooruit.


Het was heel leuk om in 2008 de fotosessie met Mary Brommer in de duinen te doen voor de Pink Ribbon Award. De foto die ze heeft uitgezocht laat goed de holte van mijn rechteroksel en mijn borst zien. De vrouwelijkheid en de overwinning stralen eraf.

 

IK HEB HET OVERLEEFD EN HOE!!!!!!!!

 

 

 

 
[ terug... ]Omhoog


Contact

  • Op dit moment geef ik geen les. Mocht je me toch dringend willen bereiken: jolmul@kpnmail.nl

Jolanda Mul

  • Dat de tai chi - qi gong werkt heeft Jolanda zelf ervaren. Nadat zij is behandeld voor borstkanker, kreeg ze te kampen met extreme vermoeidheid, die maar niet over leek te gaan. Dat hield in dat ze met haar werk moest stoppen en haar drukke sociale leven (roeien, fitnessen, gezelligheid met vrienden, zingen, fietsen) tot een minimum moest beperken. Ze raakte in een sociaal isolement: "ik heb vandaag alleen met de katten gesproken", was na een uur al doodmoe en wilde dan het liefst alleen maar liggen. Door regelmatig de oefeningen te doen, voelde Jolanda zich ontspannen en ze kreeg meer energie. Iedere keer een klein stapje vooruit. En nu geniet ze met volle teugen als ze dat, wat ze heeft geleerd, kan doorgeven aan anderen.

Leraren

  • Jolanda heeft les gehad van: Tai Chi Tao : Jan Kraak, Lous Scheen. Tai chi chuan: Taung Djie Han, Adrie Schulte, He Shaojun, QingYangGong, Chengdu. Healing Tao: Reinoud Eleveld (nu in het 7 jaar programma van hem), IJsbrand Pool, Inge Maassen , Birgit Haberkamp, Denise Goedbloed en Ka Wah Choy. Qi Gong, Nei Dan Gong, Dream practice: Zhang Jian Ming in Kunming. 2008: Hu Xuezhi in Wudang. 2009 en 2010: He Shaojun in Chengdu en 2011 Ka Wah Choy, Amsterdam; Michael Winn, jaarlijks: Juan Li; en vanaf 2015 weer Reinoud Eleveld, Taotraining.nl.

Copyright 2002-2018